Wintertelling ransuilen
Dit jaar vindt alweer de derde telling van ransuilen plaats.
Harry Wijnandts, ransuilen-projectleider, vertelt over de huidige stand van zaken.
Het heeft iets gezelligs, zo’n slaperig groepje ransuilen bij elkaar in een grove den of in een
hulstboom. Je kunt ze ’s winters ‘overal’ in Fryslân aantreffen, op wel 150
locaties in de buitenwijken van een stad, aan de rand van een dorp of op andere plaatsen.
Dergelijke gemeenschappelijke slaapplaatsen worden roestplaatsen of winterroesten genoemd. De uilen zitten
er overdag, van ongeveer een uur voor zonsopkomst tot 15 minuten na zonsondergang. Ze slapen meestal,
rekken zich eens wat uit en poetsen hun veren.
Produceren er vaak aan het eind van de middag een braakbal die bestaat uit de botjes, haren en soms veertjes
van de prooien van de afgelopen nacht.
De roestbomen zijn dan ook te herkennen aan de braakballen die er onder liggen, maar ook aan de vogelpoep,
vooral als het een paar dagen niet geregend heeft.
Roestplaatsen moet je altijd voorzichtig benaderen. Vaak zijn de uilen gewend aan mensen, maar kom niet te
dicht bij want dan worden ze onrustig en kun je ze verjagen. Met wat voorzichtigheid en enige discretie
(kijk ze niet te strak aan en wees terughoudend met armgebaren) kun je het aantal roestende uilen tellen.
Soms is zo’n roestboom heel onoverzichtelijk of gewoon te dicht en kun je bijna geen uilen ontdekken.
In die gevallen kun je beter tellen tijdens het uitvliegen, aan het einde van de middag.
Want tellen, daar gaat het om bij de ransuil-winterroest-inventarisaties.
Deze winter brengen we voor het derde jaar alle roestplaatsen in Fryslân in kaart, waarbij we ook de
aantallen uilen tellen. In de winter van 2007-2008 en 2008-2009 waren deze tellingen erg succesvol.
Beide jaren telden we zo’n 1500-1600 uilen op meer dan 150 locaties, overal in de provincie. De precieze
aantallen en de verspreiding in beide jaren over de provincie kunt u vinden op de website van het museum.
Veel mensen deden aan die tellingen mee. Soms door een roestplaats te melden of door alleen of met anderen
te tellen bij het uitvliegen. Ook een aantal (jeugd)vogelwachten waren erbij betrokken. Publiciteit was
er volop: Johan de Jong deed regelmatig een oproep via zijn natuurprogramma op Omrop Fryslân op
zaterdagmorgen en Jan de Jong met zijn natuurrubriek in de Leeuwarder Courant.
Een dergelijke telling over zo’n uitgebreid gebied is uniek voor Europa. Het geeft ons inzicht in het
aantal ransuilen in de provincie, de verspreiding en de verschillen tussen de jaren. Door het verzamelen
en uitpluizen van braakballen, vorig jaar zo’n 8000, krijgen we meer zicht op het voedselpatroon.
De tellingen vallen zelfs in het buitenland op en gaan deze winter ook in de provincie Groningen van start.
Ook een gedeelte van Drenthe en Noordwest-Overijssel doet mee! Hoe groter het gebied, hoe meer we kunnen zeggen
over de stand van de ransuil.
Gaat hij inderdaad zo dramatisch achteruit zoals het SOVON heeft vastgesteld (sinds 1990 een achteruitgang
van 75% van het aantal broedparen!) of is er misschien sprake van verschuivingen in de verspreiding van deze
bijzondere vogel.
Hoe dan ook: de ransuil staat sinds kort op de rode lijst van bedreigde vogelsoorten in ons land. Betere kennis
van deze soort kan leiden tot inzicht waardoor deze (vermeende) teruggang wordt veroorzaakt en tot gerichte
bescherming.
Daarom is het zo belangrijk om deze winter de tellingen opnieuw uitvoeren. Daarnaast proberen we dit voorjaar en
deze zomer in (een gedeelte van) Fryslân het aantal broedparen vast te stellen.
Doe mee met deze tellingen door zelf te tellen, locaties door te geven of door in uw omgeving informatie in
te winnen en aan ons door te geven: via
hwijnandts@natuurmuseumfryslan.nl of per telefoon: 0512-370177.
‘Nachtbrakers, alles over uilen’
Het ransuilenproject komt uitgebreid aan de orde in de grote uilententoonstelling die in maart in ons museum
van start gaat. ‘Nachtbrakers’ gaat verder over alle soorten uilen die in Nederland voorkomen,
zoals de ransuil, kerkuil, velduil, steenuil en bosuil. Ook is er aandacht voor zeldzame dwaalgasten zoals de
ruigpootuil, de oehoe en de dwerguil en uilen van de wereld: de grootste, de kleinste en alles daar tussenin.
Er zullen heel wat van de 190 soorten te zien zijn, uit de eigen collectie aangevuld met bruiklenen van andere
musea.
Onderwerpen die belicht worden zijn broeden, opgroeien van de jongen, braakballen en voedsel, aantallen in
Fryslân en Nederland, bedreiging en bescherming, onderzoek en inventarisaties, aangevuld met uilen
in de volkenkunde, kunst en film.
Daarnaast willen we de discussie op gang brengen over het houden van uilen in gevangenschap en het gebruik
van uilen in shows.
In het atrium is er in dezelfde periode een kleine expositie van uilenverzamelingen. Het prentenkabinet zal
deze zomer in het teken staan van de uil.
Daarnaast worden er educatieve activiteiten, excursies en lezingen rond de uilententoonstelling georganiseerd.
‘Nachtbrakers, alles over uilen’ is te zien van 20 maart t/m 19 september 2010.
Illustraties © Ad Cameron
|