16-klein

10 jaar ransuilen tellingen

Het Natuurmuseum houdt zich al tien winters bezig met het tellen van de roestplaatsen van ransuilen. Dat heeft het en ander aan inzichten opgeleverd. Hieronder een overzicht.

Hoewel uilen zeker tot de populaire vogelsoorten behoren hebben waarschijnlijk veel mensen nog nooit een uil in het wild gezien. Toch kun je in Fryslân in menig stad of dorp ’s winters groepjes ransuilen aantreffen. We noemen zo’n groepje slapende ransuilen een winterroest. Hoewel: slapen is een wat relatief begrip want ze zijn overdag best alert en houden je goed in de gaten. Meestal zijn deze winterroesten in zogenaamde ‘evergreens’, bomen als hulst, taxus, spar maar vooral ook in een tuin/parkboom als de thuja. En in heel veel gevallen bevindt zo’n winterroest, die vaak meerdere jaren achter elkaar gebruikt wordt, zich in een buitenwijk van een stad of dorp. Juist deze vaste locaties maakt het mogelijk om ’s winters de aantallen uilen op zo’n roest te tellen.

Het Natuurmuseum heeft van het tellen van ransuilen een project gemaakt dat deze winter al zijn elfde jaar in gaat. Harry Wijnandts heeft vanuit het museum dit project tien jaar gecoördineerd, maar locatie- en telgegevens en assistentie bij het braakbalpluizen kwamen van veel personen. Naast vele anderen is Eelco Brandenburg (telt vooral de uilen in Zuidwest Fryslân) en Wiesje Spijkstra (determineert de prooiresten in de braakballen) heel betrokken bij het project. Harry Wijnandts stopt deze winter met het project, maar de museumtraditie blijft bestaan. De coördinatie wordt vanaf deze winter door Ingeborg Meutgeert (hoofd Educatie) gedaan en vele anderen blijven betrokken bij het project.

Tien jaar ransuilen tellen heeft een mooie, lange reeks gegevens opgeleverd. Een reeks die bij voortzetting elk jaar waardevoller zal worden. In de afgelopen jaren is er in verschillende tijdschriften al regelmatig over gepubliceerd. Verder zal er ook nog een groter overzichtsartikel komen over deze tien jaar.

Een paar resultaten uit dit project. De totale aantallen in onze provincie getelde uilen varieert tussen de 650 (winter 2016-2017) en 1846 (winter 2014-2015) dus maximaal met ongeveer een factor drie. Het gemiddelde aantal uilen in deze tien jaar periode bedroeg 1275. Deze variatie tussen de jaren heeft veel te maken met de veldmuizenpopulaties. In winters met de meeste uilen is het percentage veldmuizen in de braakballen soms wel 98% (gemiddeld over heel Fryslân), terwijl dit in jaren met weinig uilen terug kan zakken naar 83%. Maar ook dit laatste getal is natuurlijk uitzonderlijk hoog. Hiermee kunnen we aantonen dat de ransuil ’s winters in onze provincie een uitgesproken jager is van de open gebieden waar de meeste veldmuizen voorkomen. (Even tussendoor: in die tien jaar zijn meer dan 50.000 (!) prooiresten in braakballen gedetermineerd!)

Een ander resultaat is dat in piekjaren met veel veldmuizen en ransuilen niet zozeer het aantal winterroesten met uilen toeneemt, maar juist de bestaande roestplaatsen een hogere bezetting krijgen. De aantallen getelde roestplaatsen varieerde zo tussen de 115 en 155 per winter terwijl de gemiddelde bezetting per roest tussen de 5 en 12 uilen blijkt te schommelen. Het hoogste aantal getelde uilen op een roest bedroeg maar liefst 126. Deze uilen zitten dan niet allemaal in één boom maar meestal in een aantal bomen, dicht bij elkaar. Verder zijn de winterroesten niet gelijkmatig over onze provincie verspreid: 80% bevindt zich ten westen van de lijn Lemmer-Dokkum, dus in het open weidelandschap waar de veldmuis het talrijkst voorkomt.

Ook de komende winters kunt u weer locaties en/of aantallen uilen aan ons doorgeven. Contactpersoon is nu dus Ingeborg Meutgeert (imeutgeert@natuurmuseumfryslan.nl).

Foto: André Eijkenaar.